Uitgebrachte adviezen
Risicobeleid en rampenbestrijding
Oktober 2008
op weg naar meer samenhang
In 1996 is de Europese Seveso II-richtlijn vastgesteld voor de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. De nationale implementatie van deze richtlijn werkt door in onder andere de Wet Milieubeheer, waaraan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi, 2004) is verbonden. Het Bevi heeft tot doel de risico’s waaraan burgers worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen tot een aanvaardbaar minimum te beperken.
Gemeenten en provincies laten zich al langere tijd adviseren vanuit de beleidsvelden ruimtelijke ordening en milieu. Nieuw in het Bevi is echter de verplichting dat zij ook aan de hulpverlening (het bestuur van de regionale brandweer) advies moeten vragen. Dit vloeit voort uit artikel 12 van de Seveso II-richtlijn, die inhoudt dat alle bevoegde autoriteiten en alle diensten die bevoegd zijn beslissingen te nemen op dit gebied, passende adviesprocedures moeten invoeren.
Er bestaat nog geen lange traditie in het betrekken van de hulpverlening bij de advisering. De AGS heeft daarom in het advies ‘Brandweeradvisering in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico: stand van zaken’ een inventarisatie gemaakt van de advisering door de regionale brandweer. Op basis van die inventarisatie doet de AGS een aantal aanbevelingen voor verbeteringen op organisatorisch en methodologisch vlak. Voorliggend advies hangt daar nauw mee samen; daarom worden zij gelijktijdig uitgebracht.
De Ministers van VROM, BZK en VenW hebben op grond van kritische geluiden uit het veld de AGS om advies gevraagd. In voorliggende advies heeft de AGS de verschillende benaderingen vanuit de hulpverlening en vanuit het ruimtelijke ordenings- en milieubeleid naast elkaar gezet. In het advies is aangegeven waar de spanning tussen die twee benaderingen uit voortkomt. De AGS komt met een aantal organisatorische en methodologische aanbevelingen en doet een uitspraak op conceptueel niveau over de toelaatbaarheid van de overschrijding van de regionaal inzetbare hulpverleningscapaciteit.
De AGS heeft in de commissie en in de klankbordgroepbijeenkomsten actieve medewerking gekregen van de regionale brandweerkorpsen, bestuurders en ambtenaren van gemeenten en provincies, Rijksambtenaren, medewerkers van beroeps- en brancheverenigingen en van wetenschappers. De AGS vervulde weer een brugfunctie tussen beleid, praktijk en wetenschap. De AGS dankt allen voor hun medewerking.
| De voorzitter | De algemeen secretaris | De voorzitter van de raadswerkgroep |
| Prof. dr ir J.G.M. Kerstens | N.H.W. van Xanten, apotheker, toxicoloog, MPA |
Prof. ir drs J.K. Vrijling |