Werkterrein Adviesraad Gevaarlijke Stoffen

Werkterrein en werkwijze

Het werkterrein en de werkwijze van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen staan uitgebreid beschreven in het beleidsplan dat de raad vlak na zijn oprichting opstelde. Voor een beknopte beschrijving van het werkterrein en de werkwijze kunt u verder lezen onder ‘werkterrein’ en ‘werkwijze’. 

Werkterrein

Gevaarlijke stoffen worden op veel plaatsen in Nederland geproduceerd, gebruikt, vervoerd, opgeslagen en overgeslagen, vaak in grote hoeveelheden. Bij producenten en gebruikers valt te denken aan de chemische industrie, de brandstoffensector maar ook aan de metaal- en auto-industrie, farmaceutische bedrijven of de landbouw. Ook de overheid werkt met gevaarlijke stoffen, bijvoorbeeld het ministerie van Defensie.

Van de Europese landen heeft Nederland gemiddeld de grootste dichtheid aan inwoners, industrie en vee. In ons land is in toenemende mate sprake van ruimtelijke verdichting. Om het buitengebied te sparen is gekozen voor verdergaande concentratie in stedelijke gebieden, waar vaak van oudsher ook de industriële activiteiten plaatsvinden. Bovendien is Nederland omringd door Belgische (de driehoek Antwerpen, Gent, Brussel) en Duitse metropolen (Roergebied). Deze stedelijke conglomeraten verhogen niet alleen de druk op de ruimte; ze bevorderen ook het transport van goederen. Nederland is handelsnatie en transportland. Naast de grootste haven ter wereld, zijn er nog andere belangrijke havens en een groet luchthaven – de vierde in Europa – met een belangrijk goederentransport.

De illegale synthese van drugs en terroristische activiteiten, waarbij explosieve stoffen en/of nucleaire, biologische of chemische middelen kunnen worden gebruikt, vormen een bijzondere categorie. Vanwege hun illegale aard vallen deze activiteiten buiten de gebruikelijke regelgeving en het gebruikelijke toezicht op gevaarlijke stoffen.

De volgende definitie hanteert de Raad voor gevaarlijke stoffen:
“stoffen of mengsels van stoffen, die vanwege hun intrinsieke eigenschappen of de omstandigheden waaronder ze voorkomen, een gevaar vormen voor de mens of voor het milieu, waardoor schade aan gezondheid of leven kan worden toegebracht”.

De Adviesraad vindt het belangrijk om in zijn adviezen zoveel mogelijk de gehele keten te betrekken, dus zowel productie als opslag, transport, overslag en gebruik van gevaarlijke stoffen.

Werkwijze

De Adviesraad adviseert op verzoek van de regering, of wanneer de Eerste of Tweede Kamer daar om vraagt. Maar de Raad kan ook op eigen initiatief een advies uitbrengen. Alle adviezen zijn openbaar en worden, zodra zij aan regering en parlement zijn verstuurd, door middel van een persbericht bekendgemaakt. De regering hoort volgens de Kaderwet Adviescolleges binnen drie maanden te reageren op een uitgebracht advies.

Bij de voorbereiding van een advies stelt de Adviesraad een raadswerkgroep uit zijn midden samen. Een raadswerkgroep heeft een voorzitter en één of meerdere leden en wordt ondersteund door een secretaris. Soms is extra deskundigheid van buitenaf gewenst. Dan stelt de Adviesraad een commissie in waarin, naast een aantal leden van de Adviesraad, maximaal vijf onafhankelijke deskundigen van buitenaf zitting kunnen hebben. Het kan nodig zijn een grotere groep deskundigen te raadplegen dan de vijf externe deskundigen die in commissies van de Adviesraad zitting mogen nemen. Daarom kunnen commissies worden bijgestaan door klankbordgroepen, die door de adviesraad worden samengesteld uit het werkveld. Met de inschakeling van commissies en klankbordgroepen wordt de uitwisseling van de benodigde kennis en kunde geborgd.